Op anders organiserende scholen ligt vaak een sterke nadruk op onderlinge samenwerking, gedeelde verantwoordelijkheid en ontwikkeling. Ook kunnen leerkrachten zich vaker focussen op hun kerntaken. Een deel van deze scholen geeft aan dat ze hierdoor relatief goed kunnen omgaan met werkdruk. Deze bevindingen blijken uit het rapport ‘Anders leren, anders werken?’, een verkennend onderzoek van het Arbeidsmarktplatform PO naar de personele gevolgen van anders organiseren in het PO.

Anders leren, anders werken

Vormen van anders organiseren zijn bijvoorbeeld werken met gemengde leeftijdsgroepen, multidisciplinaire teams of flexibele onderwijstijden Scholen kiezen voor anders organiseren vanuit pedagogische en onderwijskundige overtuigingen. Tegelijk heeft het anders organiseren van onderwijs ook gevolgen voor het personeel. Hoewel het beeld op de scholen van elkaar verschilt, zijn grofweg de volgende personele gevolgen zichtbaar:

  1. Inhoud van het werk
    Leraren op anders organiserende scholen kunnen zich vaak meer focussen op hun kerntaken, zoals instructie geven, terwijl de begeleiding van leerlingen vaker bij onderwijsassistenten komt te liggen. Ook kunnen leraren zich op veel scholen specialiseren in bijvoorbeeld taal of rekenen. Dit betekent dat leraren in de praktijk niet altijd meer dezelfde taken hebben of dezelfde tijd aan bepaalde taken besteden.
  2. Samenwerking
    Leerkrachten werken vaak veel samen met elkaar en soms ook met onderwijsassistenten of leraarondersteuners. De nadruk op samenwerking betekent overigens geen verlies van autonomie. Wel heeft regelruimte vaak betrekking op het team: als team heb je veel ruimte om samen beslissingen te nemen. Ook ligt er vaak een sterke nadruk op het leren van en met elkaar.
  3. Werkbeleving en werkdruk
    Het personeel is over het algemeen heel tevreden over hun werk. Ze waarderen de samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid en vinden het fijn dat ze meer inhoudelijk bezig kunnen zijn met hun vak. Ondanks dat werkplezier ervaart ook het personeel op anders organiserende scholen vaak werkdruk. Naast lesgeven, nakijken, overleggen en oudergesprekken, wordt er van hen ook verwacht dat ze zich voortdurend ontwikkelen. Wel geeft een deel van de leraren aan dat ze relatief goed met de werkdruk kunnen omgaan door de gedeelde verantwoordelijkheid en doordat ze veel inhoudelijk kunnen bezig zijn met hun vak.
  4. Plaats van het werk
    Leerkrachten hebben over het algemeen niet langer een eigen klaslokaal, maar delen de verantwoordelijkheid voor hun leerlingen met andere leraren of onderwijsondersteunend personeel. Er wordt bijvoorbeeld gewerkt in (grotere) units of leerpleinen. Er ontstaan zo nieuwe functies, zoals unitregisseur of leerpleincoördinator. Leerlingen kunnen vaak ook in verschillende typen ruimtes werken, afhankelijk van waar zij op dat moment mee bezig zijn.
  5. Ontwikkeling en loopbaanperspectief
    Het personeel kan zich specialiseren, nieuwe taken op zich nemen en, als onderwijsassistent, bijvoorbeeld doorgroeien naar de functie van leraar. Dit maakt het werk niet alleen inhoudelijk anders, maar zorgt over het algemeen ook voor iets meer loopbaanperspectief voor het personeel. Anders organiseren maakt het beroep van leraar ook gevarieerder – je hebt als leraar meer keuzemogelijkheden als het gaat om het soort school waar je wilt werken.

Andere competenties

Anders organiseren heeft dus duidelijke gevolgen voor het personeel. Het vraagt gedeeltelijk ook om andere competenties en vaardigheden dan de meer traditionele vormen van onderwijs. Er wordt een sterkere nadruk gelegd op vaardigheden als samenwerken flexibiliteit, coaching en ontwikkelvaardigheden. De vraag is of de huidige opleidingen voldoende aansluiten bij deze competenties en op de behoeften van scholen. Zo is de pabo vaak nog veel gericht op het klassikale onderwijs aan groep 1 t/m 8. Tegelijkertijd trekt de andere invulling van het onderwijs soms leraren en ander onderwijzend personeel aan uit een andere doelgroep dan de pabo.

Meer informatie

Delen via: