Op basisschool Woutertje van Leyden in Leiden hebben ze de traditionele klassen met één leerkracht vervangen door grotere klassen met een aantal verantwoordelijke leerkrachten en onderwijsassistenten. De werkdruk is niet hoger geworden.

‘Kinderen zijn niet gemaakt om de hele dag stil te zitten’, zegt Corine Visser. Zelf is ze niet gemaakt om de hele dag voor één en dezelfde klas te staan. Op haar school hoeft dat niet: basisschool Woutertje van Leyden werkt met zogeheten unitonderwijs. De muren zijn doorgebroken en de schoolklassen zijn veranderd in ‘units’: megaklassen met zo’n 70 zeventig leerlingen van verschillende leeftijden door elkaar.

Beweging

Visser is samen met een andere leerkracht en twee onderwijsassistenten verantwoordelijk voor een unit van kinderen van 4 tot 8 jaar. ‘Het is veel dynamischer dan in een gewone klas’, vindt Visser. ‘Het leuke vind ik sparren met collega’s, en leren van mijn collega’s: hoe pakken zij het aan?’ Het oogt inderdaad dynamisch, als een kruiwagen met kikkers. ‘Beweging is belangrijk voor kinderen. Daarmee bepalen ze bepalen voor een deel zelf wat ze doen, maar er is wel degelijk structuur’, zegt Visser. ‘Onze kinderen weten heel goed waar ze zich mogen bewegen en wat de afspraken zijn. We ontwikkelen nieuwsgierigheid, samenwerking en creativiteit bij hen.’

Werkdruk hoog? Welnee, vindt Visser. ‘Alle docenten beoordelen samen stukjes van leerlingen. Daardoor is de werkdruk niet hoger. En deze vorm van onderwijs past helemaal bij mij. Ik voel geen werkdruk.’

 

 

Delen via: