Schoolbesturen zijn verplicht om te verantwoorden hoe zij de werkdrukmiddelen besteden. Zo moeten zij in het jaarverslag aangeven hoe de middelen zijn ingezet én of de afgesproken werkwijze is gevolgd.  De deadline voor verantwoording in het schooljaar 2018-2019 is 1 juli 2019. Wil je weten hoe jouw school zich moet verantwoorden over de inzet van dit geld? Bekijk hiervoor het ‘stappenplan verantwoording besteding werkdrukmiddelen’.

Werkdrukakkoord

Om de werkdruk in het primair onderwijs te verlichten, hebben de sociale partners en het kabinet op 9 februari 2018 het werkdrukakkoord gesloten. Op basis van dit akkoord heeft elke basisschool, via het schoolbestuur, dit schooljaar een bedrag van €155,55 per leerling ontvangen. Voor het schooljaar 2021-2022 kan dit bedrag oplopen tot circa €285 per leerling. Het werkdrukakkoord heeft als uitgangspunt dat het gesprek over werkdruk en mogelijke oplossingen vorm krijgt binnen de school. Daarom is afgesproken dat het gesprek over de inzet van de middelen met het team wordt gevoerd en dat de medezeggenschap instemmingsrecht heeft op het bestedingsplan over de inzet van de middelen.

Tussenevaluatie

In het werkdrukakkoord is afgesproken dat er een tussenevaluatie plaatsvindt, voordat de bedragen van de werkdrukmiddelen verder worden opgehoogd. In deze tussenevaluatie wordt gekeken of de beschikbare middelen zijn besteed aan een aanpak om werkdruk tegen te gaan, of het afgesproken proces is gevolgd en of de aanpak merkbaar effect heeft gehad. Het is verder belangrijk dat jullie schoolteam zich dit schooljaar alvast beraadt op de besteding van de werkdrukmiddelen in het schooljaar 2019-2020.

Delen via: